ECLI:NL:PHR:2009:BG5286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsanering zonder schone lei wegens niet-nakoming verplichtingen
Op 15 december 2004 werd aan verzoekster toepassing van de schuldsaneringsregeling toegekend met een saneringsplan dat onder meer een sollicitatieverplichting bevatte. De Rechter-Commissaris vroeg tussentijdse beëindiging wegens het niet nakomen van deze verplichting. Verzoekster stelde slechts mondeling te hebben gesolliciteerd, wat door de bewindvoerder werd betwist.
De Rechtbank Dordrecht wees het verzoek tot beëindiging op 27 juni 2007 af omdat de looptijd bijna was verstreken, maar waarschuwde dat tekortkomingen de toekenning van een schone lei konden verhinderen. Op 9 januari 2008 stelde de Rechtbank vast dat verzoekster haar verplichtingen niet was nagekomen, met name de sollicitatieplicht, en beëindigde de regeling zonder schone lei. De GGD bevestigde bij herbeoordeling de arbeids(on)geschiktheid.
Het Hof Den Haag bekrachtigde dit vonnis op 20 mei 2008 en oordeelde dat verzoekster toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen. Het Hof hechtte weinig waarde aan de overgelegde stukken en vond dat onvoldoende sollicitaties waren verricht, ongeacht het mogelijke financiële effect voor de boedel.
In cassatie werd betoogd dat de arbeidsongeschiktheid onvoldoende was onderzocht, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat het middel geen gerichte klacht bevatte. Ook werd gewezen op tegenstrijdige en ongeloofwaardige stellingen van verzoekster. De Hoge Raad benadrukte het belang van naleving van de verplichtingen binnen de schuldsanering en verwierp het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder schone lei wegens niet-nakoming van verplichtingen.