ECLI:NL:PHR:2009:BG3509

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10412 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 lid 2 SvArt. 359 lid 8 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bij ontneming wederrechtelijk voordeel hennepteelt

Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch legde verzoeker een betalingsverplichting op van €17.281,52 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Verzoeker stelde in cassatie dat het hof niet gemotiveerd heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de gemiddelde opbrengst per hennepplant, waarbij hij een opbrengst van 10 gram betoogde in plaats van de door het hof gehanteerde 28,2 gram.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2 Sv Pro niet in het bijzonder de redenen heeft gegeven voor de afwijking van dit standpunt, hetgeen leidt tot nietigheid van het arrest op grond van artikel 359 lid 8 Sv Pro. Daarnaast klaagt verzoeker dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de winst niet pondspondsgewijs verdeeld zou moeten worden, maar dit middel wordt verworpen omdat het hof op basis van de bewijsmiddelen en bewezenverklaring tot een begrijpelijk oordeel is gekomen.

De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling van het discussiepunt over de gemiddelde opbrengst per hennepplant. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.

Conclusie

Nr. S 07/10412 P
Mr Jörg
Zitting 4 november 2008
Conclusie inzake:
[Verzoeker = betrokkene]
1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 28 februari 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 17.281,52 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.(1)
2. Namens verzoeker hebben mr. J.W. Heemskerk en mr. R.M. Heemskerk, advocaten te Maastricht, een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.
3. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd gemotiveerd te responderen op een namens verzoeker uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de gemiddelde opbrengst van een hennepplant.
4. Blijkens de aan het proces-verbaal terechtzitting d.d. 14 februari 2007 gehechte pleitnota (pp. 2-4) heeft de raadsvrouw van verzoeker bepleit dat de opbrengst per hennepplant, in tegenstelling tot de NFI-norm en de uitkomst van het BOOM-rapport, op 10 gram moet worden gesteld. De raadsvrouw heeft dit onderbouwd door te verwijzen naar een brief van dr. A.C.M. Jansen (bijlage A van de overgelegde pleitnota), de reactie van het NFI hierop (bijlage B van de overgelegde pleitnota), een proces-verbaal van de politie regio Limburg Zuid (bijlage C van de overgelegde pleitnota) en een artikel van mr. A. Beckers in het Nederlands Juristenblad (bijlage D van de overgelegde pleitnota).
5. Het hof is in zijn arrest van dit namens verzoeker uitdrukkelijk onderbouwd standpunt afgeweken door de opbrengst per hennepplant op 28,2 gram te stellen, hierbij uitgaande van het hiervoor genoemde BOOM-rapport, zonder in het bijzonder de redenen op te geven die tot deze afwijking hebben geleid. Nu het hof in het geheel niet heeft gerespondeerd op dit uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, moet 's hofs verzuim leiden tot cassatie.
6. Het eerste middel slaagt.
7. Het tweede middel klaagt dat het hof heeft nagelaten gemotiveerd te reageren op een namens verzoeker uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de winstverdeling.
8. Zoals blijkt uit de in het proces-verbaal terechtzitting d.d. 14 februari 2007 gevoegde pleitnota (pp. 7-8) heeft de raadsvrouw van verzoeker betoogd dat de met de hennepkwekerijen behaalde winst pondspondsgewijs verdeeld dient te worden. In haar pleitnota heeft de raadsvrouw namelijk opgemerkt dat in de schuur waar deze kwekerijen zijn aangetroffen een briefje is gevonden met de tekst: "heb de afzuiger 2e kouder gezet net. Is anders echt te warm [betrokkene]". Hieruit zou blijken dat behalve cliënt (die [betrokkene] heet) nog minimaal een ander persoon zeggenschap heeft gehad over de kwekerijen. Volgens de raadsvrouw zou het immers niet aannemelijk zijn dat iemand zomaar ongevraagd iets dergelijks doet in een hennepkwekerij van iemand anders. Om die reden zou de winst pondspondsgewijs moeten worden verdeeld.
9. Naar mijn mening is de nadere motivering van 's hofs afwijkende beslissing gelegen in de door het hof in de hoofdzaak gebezigde bewijsmiddelen(2) en in zijn bewezenverklaring van het tenlastegelegde besloten. Ter zake doen met name: het feit dat verzoeker heeft verklaard dat de in de schuur aangetroffen hennepplantage zijn eigendom is en dat hij daar alleen woonachtig is (zie bewijsmiddel 2); en het feit dat het hof niet bewezen heeft verklaard dat verzoeker "tezamen en in vereniging met een ander of anderen" (zoals ten laste gelegd) opzettelijk hennepplanten heeft geteeld, maar wel dat hij dat alleen heeft gedaan (zie bewezenverklaring). Bovendien behoeft uit de inhoud van bovengenoemd briefje zeker niet te volgen dat ook de briefjeschrijver zeggenschap had over de hennepplantage. 's Hofs oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel volledig aan verzoeker behoort te worden toegerekend, is daarom niet onbegrijpelijk.
10. Het tweede middel faalt.
11. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan op het discussiepunt van de gemiddelde opbrengst van een hennepplant.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze ontnemingszaak hangt samen met de zaak met griffienummer 07/10411 waarin ik heden eveneens concludeer.
2 Deze bewijsmiddelen zijn door het hof ook in de ontnemingszaak gebruikt.