ECLI:NL:PHR:2009:BF1028
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastingheffing van salaris bestuurder Amerikaanse nationaliteit onder belastingverdrag Nederland-VS
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger en bestuurder van een in Nederland gevestigde vereniging, had in zijn aangifte inkomstenbelasting voor 1998 een aftrek toegepast voor buitenlandse werkdagen op grond van zijn Amerikaanse nationaliteit. Het hof oordeelde dat de vereniging als inwoner van Nederland moest worden aangemerkt en dat belanghebbendes salaris onder artikel 17 van Pro het belastingverdrag viel, dat betrekking heeft op bestuurdersbeloningen.
De advocaat-generaal stelde dat de vereniging, hoewel in Nederland gevestigd, geen onderneming drijft en daardoor niet onderworpen is aan vennootschapsbelasting. Hierdoor voldoet zij niet aan het vereiste van onderworpenheid aan belastingheffing om als inwoner in de zin van het verdrag te gelden. Het hof ging volgens de A-G onterecht uit van het inwonerschap van de vereniging.
De Hoge Raad volgt deze redenering en oordeelt dat artikel 17 niet Pro van toepassing is. In plaats daarvan valt het salaris van belanghebbende onder artikel 16 van Pro het verdrag, dat betrekking heeft op niet-zelfstandige arbeid. Nederland mag het deel van het salaris belasten dat toerekenbaar is aan de in Nederland gewerkte dagen. Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de zaak kan worden afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de vereniging geen inwoner is in de zin van het belastingverdrag en dat Nederland het salaris van belanghebbende mag belasten naar rato van de in Nederland gewerkte dagen onder artikel 16 van het verdrag.