1 Deze overdracht heeft waarschijnlijk niet tot fiscale consequenties geleid omdat de Nederlandse claim op de pensioenkapitalen is meeverhuisd.
2 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11 april 2007, nr. 04/02684 en nr. 04/02686, NTFR 2007/1142. De uitspraken luiden gelijk, afgezien van de hoogte van de in aanmerking te nemen premies.
3 Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het vaststellen van enige andere regelen verband houdende met de belastingheffing van 19 oktober 1970, Trb. 1970, 192.
4 Het citaat betreft de zaak van X-Y, nr. 04/02684. De Hofuitspraken luiden gelijk, afgezien van de hoogte van de in aanmerking te nemen bedragen.
5 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van 5 juni 2001, Trb. 2001, 136.
6 Wet van 11 mei 2001 tot vaststelling van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001, Stb. 2000, 216, zoals gewijzigd bij de Wetten van 14 december 2000, Stb. 2000, 567, 569 en 570.
7 Kamerstukken 1998/99, 26 728, nr. 3 (MvT), blz. 89.
8 Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3 (MvT), blz. 170.
9 Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3 (MvT), blz. 177-178.
10 Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7 (NnavV), blz. 491.
11 Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3 (MvT), blz. 49.
12 HR 5 september 2003, nr. 37 657, BNB 2003/380, na conclusie Wattel, met noot Kavelaars.
13 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Singapore tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol; gesloten te Singapore op 19 februari 1971, zoals gewijzigd bij het Protocol van 28 februari 1995, Trb. 1971, 95 respectievelijk Trb. 1994, 64.
14 HR 5 september 2005, nrs. 37 651, 37 657 en 37 670, BNB 2003/379, 380 en 381, na conclusie Wattel, met noot Kavelaars en HR 13 mei 2005, nrs. 39 144 en 39 610, BNB 2005/232 en 233, na conclusie Wattel, met noot Kavelaars.
15 Zie onderdeel 6 van de conclusie van mijn voormalig ambtsgenoot Van den Berge bij de einduitspraak in de zaak Wielockx (HR 8 april 1998, nr. 32 414, BNB 1998/174, na conclusie Van den Berge, met noot Wattel). U liet de verdragskwalificatie in het midden.
16 Blz. 11 beroepschrift in cassatie.
17 Voetnoot 9 van het cassatieberoepschrift.
18 Zie de bijlagen bij mijn conclusie voor de zogenoemde fictieve-inkomstenarresten HR 5 september 2005, nrs. 37 651, 37 657 en 37 670, BNB 2003/379, 380 en 381, met noot Kavelaars.
19 Zie onder meer HR 2 februari 1990, NJ 1991, 1, met conclusie Mok en noot JBMV.
20 Zie ook A-G Van Soest in zijn conclusie voor HR 25 februari 1976, nr. 17 804, BNB 1976/110, met noot P. den Boer en M. Romyn, a.w., blz. 85 en 135. De arresten HR 23 december 1953, nr. 11 402, BNB 1954/38, met noot Peeters en HR 16 mei 1956, nr. 12 753, BNB 1956/207, vallen wat uit de toon, omdat daarin de inhoud van het buitenlandse recht volgens u in cassatie vast staat. Ik meen echter dat uit latere jurisprudentie het tegendeel blijkt, zodat deze twee arresten mij achterhaald lijken.
21 Zie laatstelijk HR 22 februari 2002, nr. 01/109HR, NJ 2003, 483, na conclusie Strikwerda (m.n. onderdelen 16 en 17), met noot PV. Zie ook L. Strikwerda, Inleiding tot het Nederlandse internationaal privaatrecht, Deventer: Kluwer 2005, blz. 35-57, en Th.M. de Boer, Voorkeur voor de lex fori, De Boer: Amsterdam 2003 (Afscheidscollege UvA), blz. 17-18.
22 Cour de Cassation 5 december 2003, zaaknr JC03C51, opgenomen in de online databank Tax treaty case law van het International Bureau of Fiscal Documentation.
23 Zie bijvoorbeeld HR 21 maart 2003, nr. C01/327HR (Waterpakt e.a./Staat), NJ 2003, 691, met conclusie Langemeijer en noot TK.
24 HvJ EG 29 april 2004, zaak C-224/02 (H.A. Pusa), na conclusie Jacobs, BNB 2004/259, met noot Wattel
25 HvJ EG 9 november 2006, zaak C-520/04 (M. Turpeinen), na conclusie Léger, NTFR 2006/1684, met noot Vrolijks.
26 HvJ EG 7 september 2006, zaak C-470/04 (N. v. Inspecteur): Jur. EG 2006, p. I-7409, met conclusie Kokott; BNB 2007/22, met noot Burgers; V-N 2006/46.4 (conclusie in V-N 2006/20.6); NJ 2007/282, met noot Mok onder NJ 2007/283.
27 HvJ EG 5 juli 2007, zaak C-522/04 (Commissie v België), na conclusie Stix-Hackl, NTFR 2007/1297, met commentaar Kuypers.