ECLI:NL:PHR:2009:BB0658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over teruggaaf Nederlandse omzetbelasting aan buiten-EU gevestigd reisbureau
Belanghebbende is een in de Verenigde Staten gevestigd reisbureau dat all-inclusive reizen naar Nederland aanbiedt zonder vaste inrichting in Nederland. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van Nederlandse omzetbelasting die aan haar in rekening is gebracht. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de regeling van artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn voor reisbureaus niet in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd en dat teruggaaf aan niet-EU belastingplichtigen niet mag leiden tot een gunstigere positie dan EU-belastingplichtigen.
De A-G concludeert dat belanghebbende slechts één dienst verricht, bestaande uit het aanbieden van een volledig verzorgde reis, en dat deze dienst op grond van artikel 9, lid 1, van de Zesde richtlijn plaatsvindt in het land van vestiging, namelijk de Verenigde Staten. De A-G stelt dat de Wet OB niet de beperkende bepalingen van artikel 26, lid 4, van de Zesde richtlijn bevat en dat belanghebbende daarom recht heeft op teruggaaf van de Nederlandse omzetbelasting. De arresten Debouche en Monte Dei Paschi Di Siena zijn niet van toepassing omdat deze zien op binnen de EU gevestigde belastingplichtigen.
De A-G benadrukt dat de Nederlandse wetgeving de bijzondere regeling van artikel 26 van Pro de Zesde richtlijn niet heeft geïmplementeerd en dat belanghebbende zich daarom op de Wet OB kan beroepen. De conclusie is dat het beroep van belanghebbende gegrond moet worden verklaard en dat zij recht heeft op teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte Nederlandse omzetbelasting.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte Nederlandse omzetbelasting.