ECLI:NL:PHR:2008:BF8921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen machtiging voortzetting inbewaringstelling psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene werd op 1 april 2008 in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen na een last tot inbewaringstelling. De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling, welke op 7 april 2008 werd verleend. Betrokkene stelde in cassatie dat de machtiging onrechtmatig was omdat deze was gebaseerd op een geneeskundige verklaring van een arts die geen psychiater was, en dat niet was voldaan aan de vereiste van een persoonlijk onderzoek door een niet-behandelend psychiater.
De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat in noodsituaties van het vereiste van een persoonlijk onderzoek door een psychiater kan worden afgeweken, mits dit onderzoek op korte termijn na vrijheidsbeneming plaatsvindt. De Hoge Raad overwoog dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de geldigheidsduur van de machtiging was verstreken, waardoor betrokkene geen belang meer had bij het beroep.
Ten overvloede besprak de Hoge Raad dat de klacht gegrond is dat niet is voldaan aan de eis van een verklaring van een niet-behandelend psychiater die betrokkene persoonlijk heeft onderzocht. Echter, vanwege het rechtsmiddelenverbod en het ontbreken van belang wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De omstandigheid dat betrokkene in een separeerruimte werd geplaatst is niet relevant voor de ontvankelijkheid of de machtiging zelf.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang door verstreken termijn van de machtiging.