ECLI:NL:PHR:2008:BF8845
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering wederrechtelijk verkregen voordeel bij diefstal met geweld
In deze strafzaak werd betrokkene veroordeeld voor diefstal met geweld, gepleegd door meerdere personen. Het Hof Arnhem had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €41.715,00, gebaseerd op bankafschriften en verklaringen over geldbedragen die in bruine enveloppen waren ontvangen en in een kluis waren bewaard.
Het Hof had echter nagelaten de proceskosten van de benadeelde partij, die ten laste van betrokkene waren toegewezen, in mindering te brengen op het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel, in strijd met artikel 36e lid 6 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze kosten van €1.450,- wel degelijk in mindering gebracht moesten worden.
Daarnaast werd de schadevergoeding onder de veroordeelden verdeeld volgens artikel 6:166 BW Pro, waarbij rekening werd gehouden met billijkheid. Na verrekening van de schadevergoeding en proceskosten stelde de Hoge Raad de betalingsverplichting van betrokkene vast op €40.265,-. Het beroep van betrokkene werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Betrokkene is verplicht tot betaling van €40.265,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel na correctie van proceskosten.