ECLI:NL:PHR:2008:BF5049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling inbraak na onregelmatige geuridentificatieproeven
De Hoge Raad behandelde een herzieningsverzoek van een veroordeelde die was veroordeeld voor meerdere inbraken en een poging tot inbraak. De veroordeling was mede gebaseerd op geuridentificatieproeven die later onregelmatig bleken te zijn uitgevoerd, waarbij de hondengeleider de volgorde van geurdragers kende, wat de betrouwbaarheid van het bewijs aantastte.
De Hoge Raad oordeelde dat voor twee van de inbraken (feiten 1 en 2) het bewijs uitsluitend steunde op deze geurproeven, waardoor er een ernstig vermoeden bestaat dat de veroordeelde zonder deze onregelmatigheid vrijgesproken zou zijn. Voor het derde feit (poging tot inbraak) was geen geurproef afgenomen, zodat geen sprake was van een novum. Voor het vierde feit was aanvullend bewijs aanwezig, waaronder verklaringen van getuigen en een geurspoor van een politiehond, waardoor geen ernstig vermoeden van vrijspraak bestond.
De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek gegrond voor de feiten 1 en 2 en ongegrond voor de feiten 3 en 4. De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem voor een nieuwe behandeling van de feiten 1 en 2. Hiermee werd de opschorting of schorsing van het gewijsde bevolen voor deze feiten.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard voor twee inbraken en zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.