1. TK 1985-1986, 19 295, nr. 3
2. Zie voor aan de regeling in de leden 4 en 5 gewijde beschouwingen: Asser-De Boer, 2006, nrs. 632 e.v.; S.F.M. Wortman, De Hoge Raad en het einde van de alimentatieplicht, FJR 2005, blz. 191 e.v.; BM. Mens, Limitering van alimentatie van rechtswege: definitief?, EB, Tijdschrift voor echtscheidingsrecht, 2006-1, blz. 16 e.v.; M.A. Zon, 12 jaar Wet Limitering Alimentatie Nieuwe gevallen - eindelijk duidelijkheid?, EB, Tijdschrift voor echtscheidingsrecht, 2006-7/8, blz. 133 e.v.; P.A.J.Th. van Teeffelen, Een harde limiet aan de limitering van rechtswege!?, EB, Tijschrift voor scheidingsrecht, 2007-9, blz. 141 e.v.
3. De aan lid 4 gewijde uitspraak van de Hoge Raad uit 2004 (HR 11 juni 2004, NJ 2004, 398) betreft de vraag of voor het aannemen dat de termijn van 12 jaar is verstreken ook de aan de echtscheiding voorafgaande periode van scheiding van tafel en bed in aanmerking mag worden genomen.
4. Zie ter illustratie onder meer de volgende uitspraken uit 2007 en 2008: Rechtbank Assen 7 februari 2007, LJN: BA1323; Hof Amsterdam 16 oktober 2007, LJN: BC2748; Hof Arnhem 30 oktober 2007, LJN: BB9671; Hof Arnhem 29 januari 2008, LJN: BC6061; Rechtbank 's-Gravenhage 29 januari 2008, LJN: BC2893; Hof 's-Hertogenbosch 3 juli 2008, LJN: BD 7669; Hof Arnhem 17 juni 2008, LJN: BD9887; Hof Amsterdam 8 juli 2008, LJN: BE9057. Zie voorts A. Heida, Verlengingsverzoeken alimentatie bij nieuwe gevallen, de twaalfjarige termijn in de rechtspraak, EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, 2008-6, blz. 95 e.v. Op blz. 103 concludeert zij onder meer: "Zoals gezegd blijkt uit de gepubliceerde jurisprudentie dat een verlengingsverzoek niet snel wordt toegewezen. De rechter oordeelt eerst of de beëindiging voor de alimentatiegerechtigde op zich ingrijpend is en daarna of die ingrijpendheid strijdig is met de redelijkheid en billijkheid" en "Uit de jurisprudentie blijkt dat de rechter veel betekenis toekent aan de omstandigheid dat de alimentatiegerechtigde onvoldoende pogingen heeft ondernomen om inkomsten uit arbeid te verwerven."
5. Zie in TK 1990-1991, 22 170, nr. 3 (Memorie van Toelichting), blz. 2.
6. Aldus meer recent nog: HR 16 maart 2007, NJ 2007, 307, rov. 3.5 en NJ 2007, 308, m.nt. SW, rov. 4.2.2; HR 12 oktober 2007, NJ 2007, 552, rov. 3.4.
7. Met onderling enige nuances zijn de volgende auteurs de mening toegedaan dat de voor de 'oude gevallen' ontwikkelde regels niet onverkort dienen worden toegepast op de 'nieuwe gevallen':
S.F.M. Wortman, FJR 2005, 78, blz. 194 (De zware motiveringsplicht ziet niet op de beëindiging van de alimentatieplicht maar op de voortduring daarvan. ...Anders dan bij de toepassing van de overgangsregeling doet bij de beoordeling van het beroep op de uitzondering niet ter zake dat de alimentatieplichtige op zichzelf de alimentatie zou kunnen betalen); B.M. Mens, EB, Tijdschrift voor echtscheidingsrecht 2006-1, blz. 19 (Voor afwijzing van een verzoek tot verlenging is een normale motivering voldoende) en blz. 18 (Bij de beoordeling van een nieuw geval dient de draagkracht - die in het algemeen wel aanwezig zal zijn - geen rol te spelen); J. de Boer in Asser-De Boer, nr. 633d (de HR-rechtspraak met betrekking tot de 'oude gevallen' is niet toepasselijk op de na 1 juli 2006 te verwachten 'nieuwe gevallen') en nr. 633 (de financiële omstandigheden van de alimentatieplichtige zijn bij de beoordeling van het verlengingsverzoek wel in aanmerking te nemen maar in geringere mate dan in het kader van de voor de 'oude gevallen' geldende limiteringsregeling); M.A. Zon, EB, Tijdschrift voor echtscheidingsrecht 2006-7/8, blz.136 ([Meer dan] voldoende draagkracht bij de alimentatieplichtige mag geen aanleiding zijn om een verzoek tot verlenging te honoreren); P.A.J.Th. van Teeffelen, EB, Tijdschrift voor echtscheidingsrecht 2007-9, blz. 143 (Bij toepassing van de uitzondering dienen hoge motiveringseisen worden gesteld; voorkomen dient te worden dat de uitzondering de regel niet meer bevestigt) en blz. 144 (Bij de beoordeling van - een verzoek tot verlenging - in een 'nieuw geval' mag de omstandigheid dat de alimentatieplichtige de alimentatie gemakkelijk de verschuldigde alimentatie kan betalen, wel een rol spelen. ... Wel moet eerst zijn komen vaststaan dat de alimentatiegerechtigde aan de inspanningsverplichting om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien heeft voldaan).
8. Dit punt is bij gelegenheid van de pleidooien bij het hof nog aan de orde gekomen.
9. Hierbij is nog in aanmerking te nemen dat de enkele mogelijkheid van een andere beoordeling de gegeven beoordeling nog niet onbegrijpelijk doet zijn.
10. Zie in dit verband de Pleitaantekeningen van Mr. Van Riet-Holst in appel, sub 1.1.en 1.2.
11. De oudste twee kinderen woonden aan het eind van de negentiger jaren in verband met hun studie buitenshuis. Zie de onbestreden gebleven stelling van de man in zijn verweerschrift in appel, sub 10.
12. Hetzelfde valt op te merken over de brief d.d. 3 mei 2006 van dezelfde psychiater, die als productie 7 bij het de eerste aanleg inleidend verzoekschrift in het geding is gebracht.