ECLI:NL:PHR:2008:BF3920
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De ouders hebben cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige zoon werd bevestigd. Het hof had op 13 mei 2008 de beschikking van de rechtbank Utrecht van 21 januari 2008 bekrachtigd, waarbij de termijn van ondertoezichtstelling met één jaar en de uithuisplaatsing met twaalf maanden werd verlengd.
Het cassatieberoep berustte op één middel dat twee klachten omvatte. De eerste klacht betrof het oordeel van het hof dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog steeds aanwezig waren. Deze klacht werd verworpen omdat zij niet voldeed aan de motiveringsvereisten van art. 426a lid 2 Rv en feitelijk neerkwam op een hernieuwde beoordeling van de feiten, wat in cassatie niet aan de orde is.
De tweede klacht richtte zich tegen de afwijzing door het hof van het verzoek van de ouders om de machtiging tot uithuisplaatsing slechts te verlengen tot het einde van het schooljaar. Het hof had overwogen dat de positieve ontwikkelingen van de zoon nog pril waren en dat in de volgende fase van de behandeling zou blijken of hij het geleerde zelfstandig in de praktijk kon toepassen. Het hof achtte het daarom niet onbegrijpelijk om het verzoek af te wijzen.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en wees het beroep af met toepassing van art. 81 RO Pro. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en de verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt bevestigd.