ECLI:NL:PHR:2008:BF1946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing ontruiming bedrijfsruimte wegens ontbreken schriftelijke toestemming indeplaatsstelling huurder
In deze zaak ging het om een geschil tussen eiser en verweerder 1 over de ontruiming van een bedrijfsruimte die door verweerder 1 werd gehuurd. Verweerder 1 had zijn huurrecht mondeling overgedragen aan De Lantaerne B.V. zonder schriftelijke toestemming van eiser, wat volgens de huurovereenkomst vereist was. Eiser vorderde ontruiming en betaling van contractuele boetes wegens wanprestatie.
De rechtbank wees de ontruimingsvordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis gedeeltelijk en wees de ontruimingsvordering af. Het hof overwoog dat ondanks het ontbreken van schriftelijke toestemming er mogelijk wel mondelinge instemming was en dat de tekortkoming van verweerder 1 niet ernstig genoeg was voor ontbinding van de huurovereenkomst.
Eiser kwam in cassatie met het middel dat het hof ten onrechte niet het schriftelijkheidsvereiste had gehanteerd en daardoor onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad overwoog dat in kort geding de belangen van partijen moeten worden afgewogen, mede gelet op de verwachting van de bodemprocedure. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel niet onjuist heeft gemotiveerd en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de ontruimingsvordering van eiser wordt afgewezen wegens ontbreken van schriftelijke toestemming voor indeplaatsstelling.