ECLI:NL:PHR:2008:BF0640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging en corrigeert onjuiste formulering bijzondere voorwaarde bij winkeldiefstal
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken met een proeftijd van twee jaar, en de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde gevangenisstraf van één maand. Tevens legde het hof een bijzondere voorwaarde op tot betaling van €433,- aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, met subsidiaire hechtenis bij niet-betaling. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Het cassatiemiddel klaagde over het opleggen van een zwaardere straf in hoger beroep dan in eerste aanleg en het ontbreken van motivatie voor het niet opleggen van een werkstraf. De Hoge Raad oordeelde dat de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf geen nieuwe strafoplegging is en dat de opgelegde voorwaardelijke straf niet zwaarder is dan de eerdere onvoorwaardelijke straf. Tevens was het hof niet gehouden de schriftelijke vordering van de advocaat-generaal nader te motiveren.
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de betaling aan de Staat als bijzondere voorwaarde formuleerde, terwijl het een schadevergoedingsmaatregel betrof. De Hoge Raad verbeterde dit in de uitspraak. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de strafoplegging in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging van het hof blijft in stand met een verbeterde lezing van de schadevergoedingsmaatregel.