ECLI:NL:PHR:2008:BE9102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door een vennoot van een vennootschap onder firma die een transportbedrijf exploiteerde. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat de schuldenaar in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van de schulden.
In hoger beroep werd dit oordeel bevestigd. Het hof oordeelde dat de overdracht van het bedrijf aan een besloten vennootschap, zonder vergoeding aan de v.o.f., onderdeel was van een vooropgezet plan om schulden te ontlopen, waardoor goede trouw ontbrak. Het hof stelde dat handelingen na het indienen van het verzoek ook relevant waren omdat ze deel uitmaakten van dat plan.
De schuldenaar stelde in cassatie dat het hof ten onrechte handelingen na het verzoek betrok en dat de crediteuren niet benadeeld waren. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. Ook de toepassing van de hardheidsclausule in art. 288 lid 3 Fw Pro werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden.