ECLI:NL:PHR:2008:BD5520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geldigheid van particuliere borgtocht bij gedeeltelijk onbepaalde hoofdverbintenis
In deze zaak gaat het om de geldigheid van een particuliere borgtocht die is aangegaan door [verweerder 1] en [verweerster 2] ten behoeve van Creve Drinks. De borgtocht was verbonden aan twee hoofdovereenkomsten: een huur- en bevoorradingsovereenkomst en een leningsovereenkomst. De leningsovereenkomst bevatte een vast bedrag van €49.580,-, terwijl de huur- en bevoorradingsovereenkomst deels onbepaald was vanwege een boetebeding.
Creve Drinks vorderde betaling van een bedrag van €87.369,93, verminderd met een betaalde waarborgsom, omdat de hoofdschuldenaren tekort waren geschoten. [Verweerder] c.s. betwistten de borgtocht en stelden onder meer dat geen maximumbedrag was overeengekomen, waardoor de borgtocht niet geldig zou zijn volgens art. 7:858 lid 1 BW Pro. De rechtbank wees de vordering af, stellende dat de borgtocht slechts geldig was voor het bedrag van de betaalde waarborgsom.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat de borgtocht niet geldig was omdat het maximumbedrag ontbrak, mede vanwege de nauwe samenhang tussen de overeenkomsten. Creve Drinks stelde cassatieberoep in tegen het oordeel dat de borgtocht niet geldig zou zijn voor de leningsovereenkomst.
De Hoge Raad oordeelde dat de borgtocht rechtsgeldig is voor het deel van de leningsovereenkomst waarvoor het bedrag vaststond, ook al ontbrak een maximumbedrag in de borgtochtakte zelf. Voor het onbepaalde deel van de huur- en bevoorradingsovereenkomst geldt dat de borgtocht niet rechtsgeldig is. Het arrest werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling van de niet-besproken gronden.
Uitkomst: De borgtocht is rechtsgeldig voor het vastgestelde bedrag van de leningsovereenkomst, maar niet voor het onbepaalde deel van de huur- en bevoorradingsovereenkomst; het arrest wordt vernietigd en verwezen.