ECLI:NL:PHR:2008:BD5507
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Behandelingsplan ondertekend door arts-assistent voldoet aan Wet Bopz
In deze zaak ging het om de vraag of een behandelingsplan voor een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis door een arts-assistent mocht worden opgesteld en ondertekend, terwijl de wet volgens sommigen vereist dat dit door een psychiater gebeurt. Betrokkene was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling. De rechtbank had een voorlopige machtiging verleend op basis van een behandelingsplan ondertekend door een arts-assistent.
Betrokkene stelde in cassatie dat het behandelingsplan door een psychiater had moeten worden opgesteld, conform artikel 38 lid 2 Wet Pro Bopz en artikel 14a lid 5 Wet Bopz. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wet niet vereist dat het behandelingsplan door een psychiater wordt opgesteld, maar door de voor de behandeling verantwoordelijke persoon, die ook een arts-assistent kan zijn. Dit volgt ook uit de toelichting bij de wet en de praktijk dat niet altijd een psychiater aanwezig is in alle psychiatrische instellingen.
De Hoge Raad benadrukte dat artikel 14a lid 5 Wet Bopz, dat wel expliciet een psychiater als opsteller van het behandelingsplan noemt, ziet op de voorwaardelijke machtiging en niet op de voorlopige machtiging. De wetgever heeft bewust niet geëist dat het behandelingsplan bij voorlopige machtiging door een psychiater wordt opgesteld. Het beroep van betrokkene werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; een behandelingsplan ondertekend door een arts-assistent voldoet aan artikel 38 Wet Bopz.