ECLI:NL:PHR:2008:BD4161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erfgename om inlichtingen en rekening en verantwoording van executeur-testamentair
In deze zaak vorderde de dochter, erfgename en belanghebbende, van de moeder, executeur-testamentair van haar overleden echtgenoot, het verschaffen van inlichtingen en het afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van de nalatenschap. De dochter baseerde haar verzoek op de artikelen 4:148, 4:149 en 4:151 BW, met het oog op vermeende fouten van adviseurs die schade aan haar zouden hebben toegebracht.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens verkeerde procesinleiding. Het hof herzag dit oordeel, maar wees het verzoek alsnog af omdat het beheer door de executeur was beëindigd en de moeder als enige eigenaar van de goederen na de ouderlijke boedelverdeling niet langer verplicht was inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te leggen aan de erfgenamen.
De Hoge Raad bevestigt dat de inlichtingenplicht van de executeur ex art. 4:148 BW Pro beperkt is tot de periode van het beheer en dat na beëindiging van het beheer de verplichting tot rekening en verantwoording ex art. 4:151 BW Pro alleen geldt ten opzichte van degene die na hem tot beheer bevoegd is. Het verzoek van de dochter om aanvullende inlichtingen en verantwoording na afloop van het beheer wordt daarom afgewezen. Tevens is het hof bevoegd de dochter te veroordelen in proceskosten wegens het nodeloos instellen van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek van de erfgename om aanvullende inlichtingen en rekening en verantwoording van de executeur-testamentair wordt afgewezen; de erfgename wordt veroordeeld in de proceskosten.