ECLI:NL:PHR:2008:BD3654
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen van getuigen wegens ontbreken noodzakelijke onderbouwing
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage een verzoek van de verdediging tot het horen van twee getuigen afgewezen. De verdediging had dit verzoek ingediend nadat het hoger beroep was ingesteld, met het argument dat de getuigen cruciale verklaringen konden afleggen ter ondersteuning van een noodweerverweer.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het verzoek heeft afgewezen op grond van het kennelijk aan art. 418 lid 3 Sv Pro ontleende noodzakelijkheidscriterium. De verdediging heeft niet aannemelijk gemaakt waarom de getuigen niet eerder bij appèlschriftuur konden worden opgegeven, noch waarom het dossier niet tijdig beschikbaar was. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom het horen van deze getuigen noodzakelijk zou zijn.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de toepasselijkheid van het noodzakelijkheidscriterium en de omstandigheden waaronder een overmachtssituatie kan bestaan die het onmogelijk maakt getuigen tijdig op te geven. In dit geval is niet gebleken van een dergelijke situatie. De afwijzing van het verzoek is daarom niet onbegrijpelijk. Alle middelen van cassatie falen, en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van getuigen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.