ECLI:NL:PHR:2008:BD2710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over duurzame ontwrichting huwelijk en mediationovereenkomst bij echtscheiding
Partijen zijn in 1971 gehuwd en wonen sinds juli 2005 niet meer samen, waarna de vrouw een echtscheidingsverzoek indiende op grond van duurzame ontwrichting. De man betwistte de duurzaamheid van de ontwrichting en verwees naar eerdere buitenechtelijke relaties van de vrouw waarbij het huwelijk bleef bestaan.
De rechtbank en het hof oordeelden dat herstel van de huwelijkse relatie niet mogelijk was en spraken de echtscheiding uit. Het hof motiveerde dat de huidige situatie anders is dan in het verleden, mede omdat de vrouw de woning verliet en een echtscheidingsverzoek indiende.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de man. Ten aanzien van de mediationovereenkomst oordeelde de Hoge Raad dat partijen te allen tijde hun medewerking kunnen weigeren zonder dat dit het echtscheidingsverzoek blokkeert. Ook stelde de Hoge Raad dat het hof niet verplicht was de vrouw bewijs op te dragen van duurzame ontwrichting, omdat de omstandigheden voldoende waren om dit aan te nemen. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en de mediationovereenkomst het echtscheidingsverzoek niet blokkeert.