ECLI:NL:PHR:2008:BC8965
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen door apotheker bij apotheekovername en concurrentie
De zaak betreft een geschil tussen twee apothekers over de overname van apotheken in een gemeente. Verweerder was al jarenlang actief en probeerde de apotheken van huisartsen over te nemen, maar zonder succes. Eiser trad in onderhandeling met de huisartsen en sloot een samenwerkingsverband met hen, ondanks kennis van de positie van verweerder. De Raad van Tucht verklaarde eiser schuldig aan ongepaste concurrentie en onzorgvuldige publiciteit.
De rechtbank en het hof bevestigden dat eiser onrechtmatig handelde jegens verweerder door zonder overleg met hem de apotheken over te nemen en patiënten te beïnvloeden via advertenties. Eiser stelde dat hij geen overleg hoefde te plegen en dat vrije mededinging geldt, maar dit werd verworpen. In cassatie richtte eiser zich tegen het oordeel dat hij onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn stelling dat verweerder zou vertrekken, maar de Hoge Raad oordeelde dat eiser niet aan zijn stelplicht had voldaan.
De Hoge Raad concludeerde dat het bewijsaanbod van eiser niet toereikend was en dat het hof geen verboden bewijsprognose had gemaakt. Het beroep van eiser werd verworpen, waarmee het onrechtmatig handelen en de gevolgen daarvan werden bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het oordeel dat eiser onrechtmatig heeft gehandeld wordt bevestigd.