ECLI:NL:PHR:2008:BC1343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late indiening schriftuur bij Hoge Raad
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 met een voorwaardelijke gevangenisstraf, geldboete en ontzegging van rijbevoegdheid. Verdachte stelde cassatie in en diens raadsman diende een schriftuur in met middelen van cassatie. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep tijdig aan verdachte was betekend, werd de schriftuur niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden ingediend bij de Hoge Raad zelf, maar eerst bij het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage en pas later doorgezonden naar de Hoge Raad.
De Hoge Raad overweegt dat het indienen van de schriftuur bij de juiste instantie en binnen de wettelijke termijn een ontvankelijkheidsvoorwaarde is. Het niet naleven hiervan leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad benadrukt het belang van strikte naleving van deze regels voor een doelmatige en overzichtelijke rechtspleging en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke fouten tot niet-ontvankelijkheid leidden.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Indien de Hoge Raad anders zou oordelen, staat een inhoudelijke bespreking van de middelen nog open, maar dit wordt niet verwacht gezien de duidelijke regels en jurisprudentie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de schriftuur bij de Hoge Raad.