ECLI:NL:PHR:2008:BB8348
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van leegstaande woning voor verontreinigingsheffing en maatstaf van heffing
Het Waterschap Velt en Vecht legde aan X een aanslag verontreinigingsheffing op voor het jaar 2006, gebaseerd op drie vervuilingseenheden (v.e.) voor een leegstaande woning. X betwistte dit en stelde dat de aanslag onterecht was opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en stelde de aanslag vast op één v.e., gelijkgesteld aan gebruik door één persoon, ondanks de leegstand.
In cassatie stelde het Waterschap dat de rechtbank de Verordening onjuist had uitgelegd door leegstand gelijk te stellen aan gebruik door één persoon, en dat de maximale maatstaf van drie v.e. gehanteerd mocht worden. De Hoge Raad oordeelde dat de eigenaar van een leegstaande woning als gebruiker moet worden aangemerkt omdat hij feitelijk de beschikking heeft over de woning, en dat waterverbruik wijst op het afvoeren van stoffen.
De Hoge Raad benadrukte dat de Verordening en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) een forfaitaire maatstaf hanteren, waarbij de leegstand gelijkgesteld moet worden aan gebruik door één persoon, wat leidt tot een aanslag van één vervuilingseenheid. Dit voorkomt een onredelijke situatie waarin een leegstaande woning zwaarder wordt belast dan een woning die daadwerkelijk door één persoon wordt gebruikt.
De conclusie is dat de rechtbank de aanslag terecht heeft verminderd en dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de aanslag verontreinigingsheffing voor de leegstaande woning moet worden vastgesteld op één vervuilingseenheid.