ECLI:NL:PHR:2008:AU0840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van guldensteekproef en extrapolatie bij naheffingsaanslag omzetbelasting
In deze zaak staat centraal of de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting mag baseren op een guldensteekproef en extrapolatie van gegevens naar andere jaren. De inspecteur stelde een naheffingsaanslag vast op basis van steekproeven en extrapolaties, die door belanghebbende werden bestreden. Het Hof Amsterdam vernietigde de aanslag grotendeels en oordeelde dat dergelijke steekproefmethoden niet toelaatbaar zijn voor naheffing omdat dit het verband tussen heffing en aftrekrecht verbreekt en het neutraliteitsbeginsel schendt.
Daarnaast werd de boete wegens onjuiste aangiften verlaagd van 25% naar 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Het Hof kende ook een vergoeding toe voor de kosten in de bezwaarfase, maar beperkte deze omdat het aannemelijk was dat belanghebbende zelf in de rechtsbijstand had voorzien. De beroepsfasevergoeding werd toegekend op basis van door derden verleende rechtsbijstand.
In cassatie bevestigde de Hoge Raad dat de guldensteekproef en extrapolatie niet kunnen dienen als onderbouwing van een naheffingsaanslag omzetbelasting, mede vanwege het belang van individuele facturen in het BTW-stelsel. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de boeteverlaging wegens termijnoverschrijding niet onbegrijpelijk was. De beroepsfasevergoeding werd echter vernietigd omdat het Hof onterecht aannam dat sprake was van door derden verleende rechtsbijstand. De zaak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige bewijsvoering en respect voor procedurele termijnen in belastingzaken.
Uitkomst: Guldensteekproef en extrapolatie zijn niet toelaatbaar als basis voor naheffingsaanslag omzetbelasting; boete wordt verlaagd wegens termijnoverschrijding; beroepsfaseproceskostenvergoeding wordt vernietigd.