ECLI:NL:PHR:2008:AU0838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de guldensteekproef en extrapolatie bij loonbelasting naheffingsaanslagen
In deze zaak staat de toepassing van de guldensteekproef door de Belastingdienst centraal bij het opleggen van naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 1993-1997 aan een uitzendbureau dat Engelse werknemers uitzond naar Nederland. De inspecteur gebruikte de guldensteekproef om fouten in onbelaste kostenvergoedingen vast te stellen en extrapoleerde deze naar meerdere jaren. Belanghebbende betwistte onder meer de toelaatbaarheid van deze steekproef en de extrapolatie.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de guldensteekproef, mits correct uitgevoerd, een betrouwbare schatting vormt en dat de bewijslast voor belastingverlagende feiten bij belanghebbende ligt. Het Hof verwierp het beroep en handhaafde de naheffingsaanslagen. De Hoge Raad stelde in cassatie echter vast dat extrapolatie van steekproefresultaten naar andere jaren niet is toegestaan zonder nader bewijs voor die jaren en dat naheffing op basis van een guldensteekproef niet is toegestaan indien de werkgever de nageheven belasting niet individueel kan verhalen op zijn werknemers.
De Hoge Raad concludeert dat de guldensteekproef als bewijsmiddel kan worden gebruikt mits statistisch verantwoord en met mogelijkheid tot tegenbewijs, maar dat het individuele karakter van de loonbelasting naheffing vereist dat de naheffing alleen kan worden opgelegd voor daadwerkelijk geconstateerde fouten. De naheffingsaanslagen over andere jaren worden vernietigd en de aanslag over 1996-1997 wordt verminderd tot het bedrag van de daadwerkelijk geconstateerde fouten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting 1996-1997 wordt verminderd tot het bedrag van daadwerkelijk geconstateerde fouten en de naheffingsaanslagen over 1993-1995 worden vernietigd.