ECLI:NL:PHR:2008:AU0837
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijs en steekproefgebruik bij naheffingsaanslagen BPM 1993-1996
De zaak betreft naheffingsaanslagen BPM over de jaren 1993 tot en met 1996 opgelegd aan een importeur van auto's en motoren. De aanslagen zijn gebaseerd op een boekenonderzoek waarbij de Belastingdienst gebruik maakte van een guldensteekproef om de omvang van niet aangegeven accessoires en prijswijzigingen vast te stellen.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de inspecteur de bewijslast droeg en dat de steekproef en extrapolatie daarvan een redelijke basis vormden voor de naheffingsaanslagen. Tevens stelde het Hof dat de importeur vrijwillig het risico had aanvaard aansprakelijk te zijn voor tekortkomingen in de aangiften en dat verhaal op dealers niet mogelijk was. De verhogingen wegens grove schuld werden verminderd omdat grove schuld niet was bewezen.
In cassatie klaagt de importeur onder meer over het ontbreken van inzicht in de steekproefgegevens en de onmogelijkheid tot verificatie, en betwist het risico van aansprakelijkheid. De staatssecretaris stelt dat grove schuld wel aannemelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij de importeur heeft gelegd en dat de steekproef als bewijs moet voldoen aan eisen van betrouwbaarheid en mogelijkheid tot weerlegging. Ook is het systeem van de Wet BPM zodanig dat het risico van naheffing niet zonder meer bij de importeur mag worden gelegd. Het incidentele middel van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van zijn overwegingen. De naheffingsaanslagen worden verminderd tot de bedragen gebaseerd op de juiste toepassing van de steekproefresultaten en bewijsregels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het Hof-arrest en vermindert de naheffingsaanslagen BPM op basis van juiste bewijsvoering en steekproeftoepassing.