ECLI:NL:PHR:2008:AT4927
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over naheffingsaanslag omzetbelasting en teruggaaf bij gewijzigde financieringsstructuur
Belanghebbende X B.V., actief in tandheelkundige apparatuur, leverde tussen 1992 en 1995 goederen aan een ziekenhuis. In 1995 wijzigde het ziekenhuis de financieringsstructuur, waarbij contracten werden aangepast en facturen gecrediteerd. X bracht de omzetbelasting in aftrek, maar de Belastingdienst legde een naheffingsaanslag op wegens vermeende onterechte aftrek.
Het Hof oordeelde dat X recht had op teruggaaf omzetbelasting op grond van artikel 29, eerste lid, Wet OB 1968, omdat de vergoeding verminderd was tot nihil, en dat de naheffing onterecht aan X was opgelegd in plaats van aan het ziekenhuis. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat geen sprake is van teruglevering van goederen aan X en dat de vermindering van vergoeding niet voortkomt uit een prijsvermindering in de zin van de wet, maar uit een gewijzigde financieringsconstructie. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf omzetbelasting. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de naheffing terecht aan het ziekenhuis, als initiatiefnemer van de creditfactuur, had moeten worden opgelegd en niet aan X. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de naheffing omzetbelasting terecht bij het ziekenhuis ligt en niet bij X B.V.