ECLI:NL:PHR:2007:BB7192
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verstekverlening in kort geding tegen buitenlandse curator ondanks ontbreken formele betekening volgens Haags Betekeningsverdrag
Eisers tot cassatie, Yukos c.s., stelden beroep in cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een kort gedingprocedure tegen de curator van een Russische failliete rechtspersoon. De curator werd gedagvaard via betekening aan zijn Nederlandse procureur en het Parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, maar niet rechtstreeks volgens de formele vereisten van het Haags Betekeningsverdrag.
De curator verscheen niet ter zitting van de Hoge Raad, waarna eisers verstekverlening verzochten. De Hoge Raad constateerde dat geen bewijs was geleverd van formele betekening conform het verdrag, waardoor volgens art. 15 lid 1 van Pro het verdrag de beslissing op het verstekverzoek moest worden aangehouden totdat dit was vastgesteld.
Echter, art. 15 lid 3 van Pro het verdrag maakt een uitzondering voor spoedeisende gevallen, waaronder kort gedingen, waarbij voorlopige maatregelen kunnen worden getroffen zonder formele betekening. De Hoge Raad oordeelde dat de betekening aan de Nederlandse procureur, ruim twee maanden voor de zitting, voldoende was om aan te nemen dat de curator tijdig kennis had kunnen nemen van de dagvaarding.
Daarom werd toepassing gegeven aan de uitzondering van art. 15 lid 3 en Pro verstek verleend. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van het Haags Betekeningsverdrag in kort gedingprocedures tegen buitenlandse partijen zonder bekende verblijfplaats in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen de buitenlandse curator op grond van de uitzondering voor spoedeisende gevallen in het Haags Betekeningsverdrag.