ECLI:NL:PHR:2007:BB5617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt regeling kinderalimentatie en stageld caravan bij detentie vader
Partijen zijn gescheiden en hebben een dochter. De vader was van 15 november 2004 tot 13 juli 2005 gedetineerd. De moeder is arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering. De vader betaalde kinderalimentatie en stageld voor een caravan die de dochter gebruikt tijdens vakanties.
De vader verzocht de kinderalimentatie tijdens zijn detentieperiode op nihil te stellen, omdat hij geen inkomsten had. De rechtbank en het hof stelden dit verzoek grotendeels toe, maar oordeelden dat de vader het stageld voor de caravan gedurende de detentieperiode moest blijven betalen. De moeder wilde de caravan niet verkopen omdat de dochter er regelmatig verblijft.
Het hof wijzigde de regeling zodat de vader het stageld over 2005 en 2006 aan de moeder betaalt in plaats van rechtstreeks aan de campingbeheerder, en stelde dat de verplichting eindigt op 1 november 2006. De vader hoefde geen bijdrage te betalen zolang de dochter bij hem woont. De moeder had onvoldoende draagkracht om zelf kinderalimentatie te betalen.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van beide partijen en bevestigde het oordeel van het hof. Het hof had terecht geoordeeld dat de moeder onvoldoende bewijs had geleverd van draagkracht van de vader tijdens detentie en dat de vader het stageld moest betalen zolang de dochter de caravan gebruikt. De verplichting eindigt op 1 november 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vader tijdens detentie geen kinderalimentatie hoeft te betalen, maar wel stageld voor de caravan tot 1 november 2006.