ECLI:NL:PHR:2007:BB5413
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over kostprijsopslag bij inlenen van werknemers tussen uitlener en inlener
Eiseres, een bouwer van houtskeletwoningen, leende tussen 1991 en 1998 werknemers in van verweerster tegen een kostprijs vermeerderd met een winstopslag. Er ontstond onenigheid over de hoogte van de in rekening gebrachte kosten, met name over een toeslag voor algemene kosten van circa 10% die verweerster hanteerde. Eiseres betwistte deze toeslag en vorderde terugbetaling van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank oordeelde dat bij een langdurige relatie waarin werknemers worden ingeleend, een opslag voor algemene kosten in de kostprijsberekening gebruikelijk is en wees de vordering van eiseres af. Het hof bekrachtigde dit oordeel na meerdere tussenvonnissen, getuigenverhoren en deskundigenonderzoek. De deskundige gaf aan dat een opslag van 15% voor algemene kosten passend is, terwijl eiseres een lagere opslag van 7,5% aanvaardde.
Eiseres stelde in cassatie verschillende middelen aan de orde, waaronder dat het hof buiten de rechtsstrijd trad, het deskundigenbericht onbetrouwbaar was en bewijsaanbod ten onrechte werd afgewezen. De Hoge Raad verwierp deze middelen, oordeelde dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd in acht had genomen, het deskundigenbericht terecht had overgenomen en het bewijsaanbod terecht had afgewezen omdat het niet ter zake dienend was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.