"8. De verbalisanten raadplegen naar aanleiding van het verzoek om een tegenonderzoek vervolgens de politiearts en relateren (eveneens op pag. 17):
"Tevens deelde de arts desgevraagd mede dat de kosten van een contra-expertise-bloedproef ongeveer € 300 bedroeg[en]. Dit deelden wij terstond aan verdachte mede, welke hierop desondanks contra-expertise-bloedproef vroeg. Wij deelden aan verdachte mede dat hij dan de kosten van het onderzoek voor zijn rekening diende te nemen en een bedrag van ongeveer € 300 vooraf contant diende te voldoen.
(PV pag. 18):
Verdachte verklaarde vervolgens deze kosten niet te willen voldoen en dat de rechter dat wel zou bepalen wie diende te betalen en niet de politie.
...
Wij deelden meerdere keren aan verdachte mede dat hij conform de wetgeving vooraf de kosten diende te voldoen. Verdachte bleef desondanks weigeren te betalen en eiste dat wij een bloedproef voor hem zouden regelen.
...
Verdachte deelde onder andere mede tijdens verhoor dat hij geen verklaring wilde afleggen noch ondertekenen.
Verdachte verklaarde tevens dat hij gezegd had dat hij er geen probleem mee had dat de bloedproef €300 zou kosten. Hierop is aan verdachte medegedeeld dat indien hij direct €300 contant zou overleggen wij alsnog een bloedproef en arts zouden regelen. Hierop ontstond wederom een discussie over de kosten waarbij de verdachte wederom weigerde te betalen.
Verdachte werd na het afleggen van een verklaring en het uitreiken van een rijverbod en ontvangstbewijs in beslag genomen rijbewijs om 20.50 uur in vrijheid gesteld in opdracht van hulpofficier van justitie A.MJ. van den Berg. Hierbij werd lichte dwang toegepast aangezien verdachte weigerde het bureau te verlaten."
9. Uit de hiervoor sub 8 geciteerde passages van de pagina's 17 en 18 van het proces-verbaal blijkt:
a) dat cliënt meerdere malen expliciet, stellig en vasthoudend om een tegenonderzoek in de vorm van een bloedproef heeft gevraagd;
b) dat verbalisanten kennelijk zelf niet wisten welk bedrag betrokkene bij zo'n tegenonderzoek volgens de regelgeving direct op het politiebureau moet voldoen;
c) dat de verbalisanten deze informatie aan de politiearts hebben gevraagd, die hen een fout antwoord (€ 300 in plaats van € 83,50) heeft gegeven;
d) dat verbalisanten dit foute antwoord aan cliënt hebben doorgegeven en daardoor cliënt onjuist hebben voorgelicht;
e) dat het door verbalisanten genoemde veel te hoge bedrag overduidelijk voor een escalatie in de communicatie tussen cliënt en verbalisanten heeft gezorgd, waarbij verbalisanten niet deëscalerend hebben gewerkt. Naar aanleiding van het noemen van het hoge geldbedrag raakte cliënt duidelijk geagiteerd. Dit blijkt onder meer uit het feit dat hij naar aanleiding van die mededeling weigerde een verklaring af te leggen of deze te ondertekenen en bovendien met (het later weer ingetrokken) verhaal kwam dat niet hijzelf maar [betrokkene 1] in zijn auto had gereden.
10. De "lichte dwang" (pv, pag. 18) die verbalisanten wilden toepassen om hem uit het politiebureau te krijgen, werd veroorzaakt door het feit dat cliënt tot op dat moment is blijven aandringen op een bloedproef. Hij heeft zich toen zelfs op het standpunt gesteld dat hij het politiebureau niet zou verlaten voordat die bloedproef zou zijn afgenomen. Op het moment dat verbalisanten aanstalten maakten om cliënt daadwerkelijk het bureau uit te zetten, heeft hij onder deze "dwang" het bureau verlaten.