ECLI:NL:PHR:2007:BB4205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving omgangsregeling ondanks gewijzigde omstandigheden
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de omgangsregeling met hun drie minderjarige kinderen na echtscheiding. De moeder heeft het eenhoofdig gezag en de omgangsregeling bepaalt dat de vader de kinderen één weekend per zes weken en tijdens vakanties mag zien. De vader verzoekt om wijziging van deze regeling vanwege verhuizing naar een andere woonplaats, financiële achteruitgang en praktische problemen met het huis waar de omgang zou plaatsvinden.
De rechtbank verklaart het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling niet ontvankelijk wegens het ontbreken van gewijzigde omstandigheden. Het hof bevestigt dit oordeel, hoewel het de achteruitgang van het inkomen van de vader als gewijzigde omstandigheid erkent. Het hof wijst het verzoek af omdat de omgang nu plaatsvindt bij de grootouders van de kinderen in een andere plaats, waardoor de vader minder kosten heeft en de regeling nog steeds uitvoerbaar is.
De vader komt in cassatie, stellende dat het hof ten onrechte aannam dat hij vrijwillig de omgang buiten zijn woning laat plaatsvinden en dat hij en de kinderen recht hebben op omgang in zijn woning. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht rekening hield met de problemen met de verwarming van het huis en dat de omgang bij de grootouders een noodoplossing is. De klachten van de vader falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de omgangsregeling blijft ongewijzigd.