ECLI:NL:PHR:2007:BB3733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper voor bodemverontreiniging tankstation en mededelingsplicht
In deze zaak stond de verkoop van een perceel met een tankstation centraal, waarbij bodemverontreiniging niet volledig was gesaneerd. De verkoper had nagelaten de koper hierover volledig te informeren, ondanks dat haar echtgenoot, die als lasthebber optrad, kennis had van relevante bouwverslagen en saneringsrapporten. De koper stelde dat zij hierdoor was misleid en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de verkoper tekort was geschoten in haar mededelingsplicht en aansprakelijk was voor de schade. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de exoneratieclausule in de transportakte niet ziet op onzichtbare gebreken zoals bodemverontreiniging. Tevens werd geoordeeld dat de wetenschap van de lasthebber aan de verkoper moet worden toegerekend, waardoor een vermoeden van opzettelijke misleiding ontstond, dat de verkoper niet kon weerleggen.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van de verkoper en bevestigde dat de verkoper aansprakelijk is voor het niet melden van de bodemverontreiniging. Ook werd bevestigd dat de klachtplicht van de koper niet tot afwijzing van de vordering leidt indien de vordering gebaseerd is op onrechtmatige daad. De leer van de bindende eindbeslissing werd toegepast, waardoor het hof niet kon terugkomen op het oordeel dat de verkoper geacht wordt te hebben misleid. De zaak benadrukt het belang van volledige mededelingsplicht en de beperkte werking van exoneratieclausules bij verborgen gebreken.
Uitkomst: Verkoper is aansprakelijk voor het niet melden van bodemverontreiniging en moet schadevergoeding betalen.