ECLI:NL:PHR:2007:BB2880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening mishandelingsvonnis wegens duikvakantie als alibi
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor mishandeling op 1 mei 2004. Hij stelde dat hij op dat moment op duikvakantie was in Egypte en overlegde fotokopieën van een paspoort en duiklogboek als bewijs. Tevens werden zes getuigen gehoord die zijn verblijf op vakantie bevestigden.
Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer en enkele getuigen de mishandeling toeschreven aan een kale man die mogelijk de aanvrager was. De verklaringen van twee getuigen die de verdachte herkenden werden bij nader onderzoek genuanceerd: zij konden niet met zekerheid zeggen dat de aanvrager de dader was.
De aanvrager werd opnieuw gehoord en bevestigde zijn vakantie in Egypte. De Hoge Raad concludeert dat, indien de rechter destijds van deze feiten op de hoogte was geweest, de aanvrager vrijgesproken zou zijn. Daarom wordt de herzieningsaanvraag gegrond verklaard en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof voor herbeoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.