ECLI:NL:PHR:2007:BA9706
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt herberekening kinderalimentatie na wijziging draagkracht en behoefte
Partijen zijn in 1988 gehuwd en in 2000 gescheiden met twee kinderen. De vader betaalde alimentatie voor beide kinderen, maar sinds oktober 2004 geen bijdrage meer voor het oudste kind. De moeder verzocht de alimentatie voor het jongste kind te verhogen, omdat de vader meer draagkracht heeft en de behoefte van het kind zou zijn toegenomen door extra kosten.
De rechtbank wees het verzoek af omdat onvoldoende was aangetoond dat de behoefte boven de wettelijke indexering was gestegen. Het hof stelde de behoefte van het jongste kind opnieuw vast op € 510,- per maand, rekening houdend met het wegvallen van de bijdrage voor het oudste kind en de draagkracht van de vader. De alimentatie werd vastgesteld op € 350,- per maand.
De vader stelde cassatieberoep in tegen deze herberekening, stellende dat het hof onjuiste uitgangspunten hanteerde bij de behoeftebepaling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met gewijzigde omstandigheden, waaronder het wegvallen van schaalvoordelen door het minder aantal kinderen, en dat het hof niet gebonden is aan eerdere oordelen over de behoefte. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de alimentatiebijdrage voor het jongste kind wordt vastgesteld op € 350,- per maand.