ECLI:NL:PHR:2007:BA9618
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudsplicht vader naar Zweeds kinderalimentatierecht voor in Zweden wonend kind
In deze zaak staat de vaststelling van de onderhoudsplicht van een Nederlandse vader jegens zijn in Zweden wonende dochter centraal, waarbij Zweeds recht van toepassing is op grond van het Haagse Alimentatieverdrag. De moeder vordert een hogere onderhoudsbijdrage dan het hof heeft vastgesteld, met name over de component 'standard addition', een extra toelage gebaseerd op de hogere behoeften van het kind in relatie tot de draagkracht van de ouders.
De rechtbank had eerder de vaderschapsrelatie vastgesteld en de onderhoudsbijdrage bepaald. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde een lagere bijdrage vast dan door de moeder gevorderd. De moeder kwam in cassatie met klachten over de uitleg en toepassing van het Zweedse recht door het hof, met name dat het hof onvoldoende rekening zou hebben gehouden met de financiële draagkracht van de vader en onvoldoende gemotiveerd zou hebben waarom de behoefte van het kind niet hoger is dan vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de 'standard addition' zowel de behoeften van het kind als de draagkracht van de ouders betrekt, en dat het hof de motivering voldoende heeft gegeven. De klachten van de moeder falen, mede omdat zij haar stellingen onvoldoende met stukken heeft onderbouwd. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de beslissing van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van de onderhoudsbijdrage van Euro 440,- per maand.