ECLI:NL:PHR:2007:BA8453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Juridische beoordeling van de juiste rechtsgang bij verzet tegen dwangbevel bestuurlijke dwangsommen
In deze zaak stond centraal of verzoekster de juiste rechtsgang had gekozen bij het instellen van cassatie tegen een arrest over verzet tegen een dwangbevel tot invordering van bestuurlijke dwangsommen. Het dwangbevel was opgelegd door de gemeente Leiden wegens overtreding van voorwaarden van een bouwvergunning.
Verzoekster had verzet ingesteld bij dagvaarding, maar haar cassatieberoep ingesteld via een verzoekschrift, wat volgens de Hoge Raad niet de juiste procedure was. De Hoge Raad benadrukte dat het verzet tegen een dwangbevel volgens art. 5:26 lid 3 Awb Pro via dagvaarding moet worden ingesteld, omdat dit een civielrechtelijke procedure betreft, ondanks de bestuursrechtelijke aard van het dwangbevel.
De Hoge Raad besloot dat de procedure moet worden voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure en bepaalde een datum voor de rolzitting. Tevens werd erkend dat verzoekster ook een cassatiedagvaarding had ingediend, zodat zij de keuze heeft welke procedure zij wenst voort te zetten. Een inhoudelijke beoordeling van de klachten werd achterwege gelaten omdat de procedure nog niet was afgerond.
Uitkomst: De procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels en verzoekster krijgt de keuze welke procedure zij wenst voort te zetten.