ECLI:NL:PHR:2007:BA8448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verrekening vorderingen tussen ex-echtgenoten
Partijen, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, zijn gescheiden en betrokken bij een geschil over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw vorderde onder meer terugbetaling van een bedrag onder dwangsom, welke door de rechtbank werd toegewezen. Vervolgens ontstond discussie over verrekening van vorderingen tussen partijen, waaronder dwangsommen, alimentatie en proceskosten.
De rechtbank stelde bij verstekvonnis de verdeling vast, waarna de man verzet aantekende en een andere verdeling vorderde. In latere vonnissen en tussenvonnissen werd vastgesteld dat de schuld van de vrouw aan de man wegens overbedeling middels verrekening met haar vorderingen op de man was voldaan. Het hof verhoogde het bedrag van de overbedeling en verklaarde dat de verbintenissen uit overbedeling en de vorderingen van de vrouw tot hun gemeenschappelijk beloop teniet zijn gegaan.
De man kwam in cassatie tegen het oordeel van het hof, stellende dat het hof onterecht tot verrekening was gekomen zonder dat hij daarop had kunnen reageren. De Hoge Raad oordeelde dat de man dit beroep op verrekening in eerste aanleg niet had betwist en dat het hof deze beslissingen van de rechtbank moest respecteren. Ook de afwijzing van de wettelijke rente door het hof werd bevestigd. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.