ECLI:NL:PHR:2007:BA7932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan moord door verschaffen van middelen
De zaak betreft een gewapende overval op 17 augustus 2004 te Woerden waarbij het slachtoffer door schoten vanuit een auto is overleden. Verdachte heeft op 16 augustus 2004 aan mededaders een gehuurde auto ter beschikking gesteld die bij de overval is gebruikt. Tevens heeft verdachte bemiddeld bij de aanschaf van een vuurwapen met geluiddemper en munitie.
Het hof heeft vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van het plan tot overval en de aanwezigheid van wapens, en dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat met de door hem verschaft middelen een gewelddadig misdrijf zou worden gepleegd. Verdachte was aanwezig bij het testen van het wapen en bij de reis naar Antwerpen om een tweede wapen te laten controleren.
Hoewel verdachte niet zelf bij de overval aanwezig was en geen voorbedachte raad had omtrent de dood van het slachtoffer, heeft het hof geoordeeld dat sprake is van medeplichtigheid aan moord met voorwaardelijk opzet op de dood. De straf is vastgesteld op vier jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit en het beperkte aandeel van verdachte.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte verworpen, waarbij is bevestigd dat voor medeplichtigheid aan moord niet vereist is dat de medeplichtige voorbedachte raad heeft gehad, maar dat het opzet gericht moet zijn op het misdrijf zelf. De bewezenverklaring en strafoplegging zijn daarmee rechtmatig en voldoende gemotiveerd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan moord door het verschaffen van middelen die zijn gebruikt bij een dodelijke gewapende overval.