ECLI:NL:PHR:2007:BA7897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking cassatieberoep bij tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf en overtredingen
In deze zaak gaat het om de vraag of verdachte in cassatie kan worden ontvangen tegen een arrest waarbij met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd voor een overtreding, maar waarbij wel de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde geldboete van meer dan € 250 is gelast.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 427 Sv Pro het cassatieberoep tegen arresten betreffende overtredingen beperkt tot gevallen waarin een straf of maatregel is opgelegd, en dat de beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet als zodanig wordt aangemerkt. De wetgever heeft niet beoogd dat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging beroep mogelijk is.
De conclusie is dat verdachte niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. De beslissing tot tenuitvoerlegging maakt onlosmakelijk deel uit van het vonnis en volgt de procedurele lotgevallen daarvan, maar vormt geen zelfstandige strafoplegging die cassatie openstelt.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het cassatieberoep bij overtredingen en de positie van tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen binnen het strafproces.
Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen het arrest waarin geen straf is opgelegd maar wel tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf is bevolen.