ECLI:NL:PHR:2007:BA7257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens seksueel misbruik minderjarige dochter met schadevergoeding
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens meermalen plegen van seksueel binnendringen bij zijn minderjarige dochter, geboren in 1994, over de periode 1995 tot 2003. Het hof stelde vast dat verdachte met zijn penis en tong in de mond van het slachtoffer is binnengedrongen en dat hij met vingers en/of tong de vagina heeft betast en gelikt. Verdachte heeft deze feiten gedeeltelijk erkend.
De Hoge Raad constateerde een kennelijke misslag in de bewezenverklaring over het binnendringen met de tong in de vagina, maar herstelde deze zonder dat de aard en ernst van het bewezenverklaarde werden aangetast. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte geen aftrek van de inverzekeringstellingstijd had toegepast bij de strafoplegging en bepaalde dat dit alsnog moet gebeuren.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. Het hof kende materiële schade toe van €259,09 en immateriële schade van €5.000,- toe, waarbij het hof de immateriële schade slechts gedeeltelijk toewijst en het overige deel aan de civiele rechter overlaat. Het hof wees de vordering van een tweede benadeelde partij af. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de motivering van de schadevergoeding onvoldoende zou zijn.
De straf bedraagt 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De schadevergoeding aan de benadeelde partij is vastgesteld op €5.259,09, inclusief materiële en immateriële schade. De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover de aftrek van inverzekeringstellingstijd niet was toegepast en bepaalde dat deze aftrek alsnog moet worden verrekend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 8 voorwaardelijk en toewijzing van schadevergoeding van €5.259,09 aan slachtoffer.