ECLI:NL:PHR:2007:BA5835
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking van het hoger beroep bij bijkomende straf en toepassing art. 423 lid 4 Sv
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker deels werd vrijgesproken en deels een geldboete en een ontzegging van rijbevoegdheid werd opgelegd. Het hof had de bijkomende straf van rijontzegging verzwaard, hoewel het hoger beroep zich niet tegen dat feit richtte.
De Hoge Raad oordeelt dat art. 423, vierde lid, Sv uitsluitend regelt dat bij vernietiging van de straf voor de in hoger beroep behandelde feiten ook de hoofdstraf voor de buiten het hoger beroep gehouden feiten opnieuw moet worden bepaald. Dit betekent dat het hof niet bevoegd was om de bijkomende straf te verzwaren voor feiten die niet aan zijn oordeel waren onderworpen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de bijkomende straf van rijontzegging betreft en stelt vast dat de oorspronkelijke straf van zes maanden, met gedeeltelijke voorwaardelijkheid, gehandhaafd blijft. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Tevens wordt bevestigd dat de appèlrechter geen zwaardere strafmodaliteit mag opleggen dan in eerste aanleg is bepaald voor buiten het hoger beroep gehouden feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover de bijkomende straf is verzwaard en bevestigt dat de oorspronkelijke straf gehandhaafd blijft.