ECLI:NL:PHR:2007:BA5798
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Parkbijdrage niet als kwalitatief recht verbonden aan eigendom gemeenschappelijke voorzieningen
In deze zaak vordert Vakantiepark betaling van parkbijdragen door eigenaren van vakantiewoningen in Vakantiepark Scheldeveste. De kernvraag is of het recht op deze parkbijdrage als kwalitatief recht in de zin van artikel 6:251 BW Pro verbonden is aan de eigendom van de gemeenschappelijke voorzieningen, zodat dit recht automatisch overgaat bij overdracht van die eigendom.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het vereiste nauwe verband tussen het recht op parkbijdrage en de eigendom van de infrastructuur ontbreekt. Uit de koop-/aannemingsovereenkomsten en algemene voorwaarden blijkt dat de betalingsverplichting van de eigenaren een tegenprestatie is voor onderhoudsdiensten en niet direct samenhangt met eigendom. Ook het tijdelijk eigendom van de infrastructuur door een gelieerde vennootschap verandert hier niets aan.
De Hoge Raad wijst op het belang van artikel 6:251 BW Pro als uitzondering op het principe dat contractuele rechten niet automatisch overgaan op derden. Het vereiste verband moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Hier is onvoldoende aangetoond dat het recht op parkbijdrage slechts belang heeft zolang men eigenaar is van de infrastructuur. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het recht op parkbijdrage niet als kwalitatief recht overgaat met de eigendom van de gemeenschappelijke voorzieningen.