ECLI:NL:PHR:2007:BA0874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motiveringsvereisten bij bewezenverklaring bekennende verdachte in afpersingszaak
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens afpersing gepleegd met geweld, waarbij een geldbedrag werd afgeperst. Verdachte had het feit bekend, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, waarbij hij toegaf samen met anderen een overval te hebben gepleegd met een neppistool gericht op het slachtoffer. Het Hof baseerde de bewezenverklaring deels op een opgave van bewijsmiddelen, waaronder de bekentenis van verdachte.
De verdediging stelde in cassatie dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat het afgeperste bedrag € 350 bedroeg en dat niet alle bewijsmiddelen in het arrest waren opgenomen. De Hoge Raad herhaalt de relevante wetsgeschiedenis en jurisprudentie over art. 359 lid 3 Sv Pro, waarin is bepaald dat bij een duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis van de verdachte een opgave van bewijsmiddelen kan volstaan zonder uitgebreide motivering.
De Hoge Raad stelt vast dat verdachte het feit heeft bekend en dat het Hof terecht heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen. De bewezenverklaring wordt verbeterd door het bedrag van € 350 te vervangen door 'een geldbedrag', aangezien de bekentenis niet duidelijk het exacte bedrag dekt. De Hoge Raad wijst erop dat de cassatie niet dient te leiden tot een herbeoordeling van de feiten, noch tot een uitgebreidere bewijsvoering. Het cassatiemiddel wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt de veroordeling voor afpersing met een verbeterde bewezenverklaring.