ECLI:NL:PHR:2007:BA0387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen echtscheidingsuitspraak en behandelt partneralimentatie
In deze zaak stonden de man en vrouw, die sinds 1975 gehuwd waren en huwelijkse voorwaarden hadden, tegenover elkaar in een geschil over de echtscheiding en partneralimentatie. De man had bij de rechtbank verzocht de echtscheiding uit te spreken en de vrouw had een zelfstandig verzoek ingediend tot vaststelling van partneralimentatie. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde de alimentatie vast.
De man stelde hoger beroep in tegen zowel de echtscheidingsuitspraak als de alimentatievaststelling. Het hof verklaarde het hoger beroep tegen de echtscheiding niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een rechtens te respecteren belang en verwierp de grieven tegen de alimentatie. De man stelde cassatieberoep in tegen beide beslissingen.
De Hoge Raad bevestigde dat hoger beroep tegen de echtscheidingsuitspraak niet ontvankelijk is wanneer het verzoek tot echtscheiding zelf is toegewezen en er geen bijzondere omstandigheden zijn. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vrouw behoeftig is en de man draagkracht heeft voor de alimentatie, waarbij de bewijslastverdeling en motivering adequaat waren. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hoger beroep tegen de echtscheidingsuitspraak is niet-ontvankelijk en de partneralimentatie wordt bevestigd.