ECLI:NL:PHR:2007:AZ9333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijwillige terugtred bij poging tot inbraak met braak
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, zitting te Leeuwarden, waarin verzoeker is veroordeeld wegens poging tot diefstal met braak. Het hof legde een gevangenisstraf van vier maanden op en bepaalde tevens de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.
De kern van het geschil is het beroep op vrijwillige terugtred ex art. 46b Sr. Verzoeker stelde dat hij niet strafbaar was omdat hij vrijwillig was teruggetreden. Het hof oordeelde echter dat dit beroep niet slaagt omdat de poging tot diefstal niet is beëindigd door vrijwillige terugtred, maar doordat het verdachte niet lukte het raam zodanig te forceren dat hij het huis kon binnendringen.
Het hof stelde vast dat verdachte reeds handelingen had verricht die strekten tot voltooiing van het delict, zoals het forceren van het raam met een scherp voorwerp en het aanbrengen van fors geweld waardoor het kozijn was ontzet. Deze feiten maken volgens het hof dat sprake is van een poging tot diefstal waarbij vrijwillige terugtred niet meer mogelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk is en dat het middel faalt. Ook het verzoek om de zaak in Amsterdam te behandelen in plaats van Leeuwarden werd door het hof terecht afgewezen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens poging tot diefstal met braak; beroep op vrijwillige terugtred faalt.