ECLI:NL:PHR:2007:AZ8748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dwangsomregeling bij wijziging omgangsregeling in hoger beroep
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de omgangsregeling met hun kinderen na scheiding. De rechtbank stelde in eerste aanleg een omgangsregeling vast met een dwangsomveroordeling ten laste van de moeder. In hoger beroep wijzigde het hof de omgangsregeling voor één kind en bekrachtigde de rest van de beschikking, inclusief de dwangsomveroordeling, waarop de moeder cassatie instelde.
De Hoge Raad bespreekt de rechtspraak omtrent dwangsomveroordelingen bij wijziging van veroordelingen in hoger beroep. Uit de jurisprudentie volgt dat de appelrechter bij inhoudelijke wijziging van een veroordeling met dwangsom de oorspronkelijke veroordeling moet vernietigen en een nieuwe veroordeling met dwangsom moet opleggen. Het is niet toegestaan om met terugwerkende kracht een dwangsom te verbinden aan een gewijzigde veroordeling.
De Hoge Raad constateert dat het hof in deze zaak onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de dwangsomveroordeling uit eerste aanleg heeft bekrachtigd zonder deze te vernietigen, terwijl de omgangsregeling substantieel is gewijzigd. De klacht van de moeder over deze onduidelijkheid en mogelijke onrechtmatigheid is gegrond. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met compensatie van de proceskosten.