ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tweede vrouw tot afgifte legaat tegen inbreng waarde woning
De zaak betreft een geschil over de uitvoering van een legaat tegen inbreng van de waarde van een voormalige echtelijke woning, gelegateerd aan de tweede vrouw van de erflater. De tweede vrouw vorderde afgifte van het legaat tegen inbreng van de waarde van de woning per datum van overlijden van de erflater. De kinderen uit een eerder huwelijk van de erflater, als enige erfgenamen, stelden dat de waarde per datum van daadwerkelijke afgifte van het legaat moest worden gehanteerd vanwege de lange periode tussen overlijden en afgifte.
De rechtbank wees de vordering grotendeels af, waarbij werd vastgesteld dat de waarde per sterfdatum geldt tenzij bijzondere omstandigheden anders vereisen. Het hof stelde vast dat het in strijd met redelijkheid en billijkheid zou zijn om de waarde per sterfdatum te hanteren gezien het langdurige uitblijven van afgifte en het feit dat de tweede vrouw in feite als vruchtgebruiker in de woning bleef wonen. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vordering af.
De Hoge Raad bevestigde dat de peildatum voor de waardebepaling in principe de datum van overlijden is, maar dat de redelijkheid en billijkheid een uitzondering kunnen rechtvaardigen. Daarbij is niet vereist dat de vertraging uitsluitend of hoofdzakelijk aan de legataris is toe te rekenen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van het legaat tegen inbreng van de waarde per datum overlijden is afgewezen.