ECLI:NL:PHR:2007:AZ7732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Levenslange gevangenisstraf voor dodelijke schietpartij met oogmerk beroving en eerdere verkrachting
De verdachte heeft op 16 januari 2003 een oudere man in diens woning doodgeschoten nadat hij hem had geholpen met het dragen van een zware boodschappentas. Hoewel verdachte aanvankelijk verklaarde dat de doodslag voortkwam uit een affectieve reactie op vermeend seksueel getint gedrag van het slachtoffer, oordeelde het hof op basis van een Pieter Baan Centrum-rapport dat deze verklaring niet aannemelijk was en dat het oogmerk was om de diefstal voor te bereiden en te vergemakkelijken.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor feiten uit 1992 waarbij hij een geestelijk gehandicapte man verkrachtte en bedreigde om gestolen goederen te behouden. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van het slachtoffer, DNA-onderzoek en andere bewijsmiddelen. Het hof achtte verdachte ten aanzien van deze feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.
Het hof legde een levenslange gevangenisstraf op vanwege de ernst van de feiten, het recidivegevaar en het feit dat eerdere TBS-maatregelen en gevangenisstraffen onvoldoende effect hadden gehad. De verdachte werd als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd voor de doodslag met oogmerk beroving. De verdediging voerde onder meer aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een levenslange gevangenisstraf werd opgelegd in plaats van een tijdelijke, maar de Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde het oordeel van het hof.
De zaak illustreert de zorgvuldige afweging van bewijs, motieven en strafoplegging bij ernstige gewelds- en zedendelicten, waarbij ook psychiatrische rapportages en recidivegevaar een belangrijke rol spelen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens doodslag met oogmerk beroving en eerdere verkrachting.