ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik en bewijsaanbod in hoger beroep
Laurus huurde sinds 1986 een bedrijfsruimte die vanaf 1999 eigendom werd van Vomar. Laurus had de supermarkt verbouwd en formulewijzigingen doorgevoerd met omvangrijke investeringen. Vomar zegde de huurovereenkomst op wegens dringend eigen gebruik en vorderde ontruiming. Laurus stelde dat de voormalige eigenaar toestemming had gegeven voor de verbouwing en dat zij mocht vertrouwen op voortzetting van de huurovereenkomst voor circa tien jaar om haar investeringen terug te verdienen.
De rechtbank stelde de huurovereenkomst beëindigd en wees een ontruimingstermijn toe. Laurus kwam in hoger beroep met twaalf grieven, waaronder dat het hof ten onrechte haar bewijsaanbod had gepasseerd en dat kennis van de beheerder van de VvE aan de verhuurder toerekenbaar was. Het hof vernietigde het vonnis deels, stelde een nieuwe ontruimingstermijn vast, maar verwierp de grieven over het bewijsaanbod en de toerekening van kennis. Het hof oordeelde dat de mondelinge toestemming van de voormalige eigenaar slechts beperkte verbouwing betrof en dat de beheerder niet als vertegenwoordiger kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Het bewijsaanbod was niet voldoende gespecificeerd omdat Laurus niet had aangegeven wat de getuigen meer of anders konden verklaren dan reeds overgelegde schriftelijke verklaringen. De Hoge Raad benadrukte dat een rechter een bewijsaanbod niet mag passeren op basis van een prognose, maar dat in hoger beroep wel strengere eisen aan specificatie kunnen worden gesteld. De toerekening van kennis van de beheerder aan de verhuurder werd eveneens bevestigd als niet toerekenbaar, mede omdat de beheerder en verhuurder zelfstandige entiteiten zijn en de verwijzing naar de beheerder slechts betrekking had op uitvoering van een beperkte verbouwing. De Hoge Raad wees tevens op de mogelijkheid tot het bepalen van een ontruimingstermijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Laurus wordt verworpen en de huurovereenkomst wordt beëindigd met een vastgestelde ontruimingstermijn.