ECLI:NL:PHR:2007:AZ5685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding tussen in Marokko gehuwde echtelieden
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden die in Brussel op het Marokkaanse consulaat zijn gehuwd. De Nederlandse vrouw verzocht de rechtbank Leeuwarden om echtscheiding uit te spreken, terwijl de man stelde dat er reeds een procedure in Marokko liep die voorrang zou moeten krijgen.
De rechtbank verklaarde zich bevoegd en sprak de echtscheiding uit, wat door de man werd bestreden bij het hof. Het hof verwierp het beroep van de man op artikel 12 Rv Pro (litispendentie) omdat niet was gebleken dat aan de voorwaarden was voldaan en stond niet toe dat de man nieuwe stukken overlegde.
De man ging in cassatie tegen deze beslissing, stellende dat het hof ten onrechte het beroep op artikel 12 Rv Pro had verworpen en de bewijsaanbiedingen had afgewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de stukken niet had toegelaten en dat het beroep op artikel 12 Rv Pro faalde wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De cassatie werd verworpen, waarmee de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om de echtscheiding uit te spreken.