ECLI:NL:PHR:2007:AZ4410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg kettingbeding bij executoriale verkoop lidmaatschapsrecht appartement
In deze zaak stond de uitleg centraal van een kettingbeding opgenomen in de veilingvoorwaarden bij de executoriale verkoop van een lidmaatschapsrecht in een coöperatieve flatvereniging te Amsterdam. NBA, een professionele belegger, kocht het lidmaatschapsrecht met een kettingbeding dat de zolderruimte aan een derde, Meerhuysen, moest worden afgestaan. NBA stelde dat het kettingbeding haar niet verplichtte de zolderruimte aan derden te verhuren, terwijl Meerhuysen dit recht claimde.
De rechtbank oordeelde dat het kettingbeding een persoonlijk gebruiksrecht aan Meerhuysen gaf, zonder recht op verhuur aan derden, en dat NBA niet op de hoogte was van de verhuur. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat het kettingbeding was bedoeld om verhuur aan derden mogelijk te maken. Het hof legde aan NBA als professionele koper een onderzoeksplicht op om de betekenis van het kettingbeding te achterhalen.
De Hoge Raad bevestigde dat bij de uitleg van het kettingbeding de Haviltexnorm geldt, waarbij de tekst in de context en de redelijkheid en billijkheid centraal staan. De CAO-norm is gereserveerd voor typische CAO-achtige gevallen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven door een onderzoeksplicht aan NBA op te leggen, gelet op de risicoverdeling bij executoriale veilingen en de professionele status van NBA. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van NBA wordt verworpen; het kettingbeding wordt uitgelegd volgens de Haviltexnorm en NBA had een onderzoeksplicht.